Wij houden van ze. We gebruiken ze op elk billboard, app-interface en website-header. Toch zouden ze volgens bijna alle beschikbare maatstaven slechter kunnen zijn in hun primaire baan dan in het alternatief.
Dit is het verhaal van sans-serif -lettertypen.
De term zelf is een letterlijke beschrijving. Bij het drukken is een schreefloos lettertype een Romeinse letter ontdaan van zijn schreefjes. Deze kleine versieringen zijn de verticale lijn aan het einde van het segment rechtsboven van een ‘s’. Ze vormen de basislijn waarop kleine letters zoals “n”, “m” en “l” rusten. Verwijder ze en je krijgt een strakke, krachtige, moderne look.
Maar hier is het probleem.
Onovertuigende tests hebben consequent gesuggereerd dat het Romeinse gezicht (serif) gemakkelijker te lezen is zonder schreven dan met schreven. Wachten. Dat leest verkeerd. Laat mij dat corrigeren. Tests wijzen uit dat het Romeinse gezicht met schreven gemakkelijker te lezen is dan het gezicht zonder.
“Er is, wederom op onduidelijke wijze, gesuggereerd dat het schreefloze lettertype eronder lijdt doordat de karakters, wanneer ze worden afgedrukt, op de een of andere manier de neiging hebben om op te vallen als individuele letters in plaats van als delen van woorden.”
Dit is de kernwrijving. Wanneer je de verbindingslijnen weghaalt, glijdt het oog niet meer. Het stopt. Elke letter wordt een eiland. Je leest ‘a’, dan ‘b’ en dan ‘c’. Je leest ‘abc’ niet als één eenheid.
Dus waarom gebruiken we ze?
Omdat wij ze niet lezen. Niet echt.
De sans-serif-lettertype wordt grotendeels gebruikt voor weergavedoeleinden. Reclameborden. Logo’s. Koppen. Continu lezen is zelden een vereiste. We zien de vorm van het woord. Wij begrijpen de betekenis. De subtiliteit van de basislijn gaat verloren in het lawaai van de straat of het scrollen van de feed.
Ontwerpers worstelen hier al tientallen jaren mee. Het concept daagt het idee uit dat leesbaarheid de hoogste deugd in typografie zou moeten zijn. Misschien geven we niet om de stroom. Misschien vinden we de impact wel belangrijk.
Denk eens aan je telefoonscherm. Wat zie je?
De kans is groot dat het Helvetica is. Of Ariaal. Of een op maat gemaakte geometrische sans. Strakke lijnen. Geen afleiding. Geen voeten op de letters.
Is het gemakkelijker om een paragraaf uit Times New Roman of Arial te lezen? Studies zeggen Times. Maar Arial ziet er beter uit. Het voelt actueler. Het voelt als nu.
Er gaapt een kloof tussen wat werkt voor het oog en wat werkt voor het merk.
En in die kloof overleeft het sans-serif-lettertype. Niet omdat hij beter kan lezen. Maar omdat het beter is om opgemerkt te worden.
Maakt het uit?
Alleen als je een boek leest. Voor alle anderen is het gewoon stijl.
Een stijl die opvalt. Zelfs als je daardoor harder moet werken om de punten met elkaar te verbinden.
Wij blijven het gebruiken. Want het gebrek aan versiering is een versiering op zich.
Het einde.


















